De plaats van Webanalytics in de organisatie


 door 

Tijdens het Webanalytics Congres 2009 was een half uur ingepland voor een drietal deskundigen die zouden vertellen over de plaats die Webanalytics in hun organisatie inneemt. Zoals wel vaker voorkomt, liep deze sessie enigszins uit. Maar in die tijd kwamen er wel drie geheel verschillende visies naar voren.

Aan het woord kwamen Ilse Bakx (Essent Online), Jorien Brangert (Bol.com) en Toini Wildenberg (ING). Opvallend was het gebrek aan overeenstemming tussen de organisaties over de juiste organisatorische inbedding van Web Analytics. Opvallend was ook, dat de diverse posities haast vervolgstappen in een evolutionair proces leken.

In dit stuk zal ik mijn interpretatie van de drie bovengenoemde posities, alsmede de positie in een bedrijf waarvoor ik gewerkt heb, op een rijtje zetten.

Fase 1: Laten we eens wat gaan meten

Het begin van webanalytics is natuurlijk de gedachte dat er eigenlijk wel wat gemeten moet worden. In deze fase bevond de -niet nader benoemde- organisatie waar ik wat werk voor heb gedaan zich. De organisatie werkte vooral met Google Analytics, wat heel veel cijfers opleverde. Cijfers, waar eigenlijk niets functioneels mee werd gedaan. Sprak Dennis Mortensen (Yahoo Insight) op het congres de wijze woorden dat je nooit zonder specifieke vraagstelling in je analytics moest duiken, bij deze organisatie werd analytics geheel ad hoc opgepikt. Wel had men iemand aangetrokken die wat meer verstand van zaken had, en dus verder keek dan bezoekers aantallen. Spannende dingen als “bounce rate”, “gemiddelde aantal pagina’s per bezoek” en zelfs het begin van de drop-out analyse begonnen hun intrede te doen.

Organisatorisch leek webanalytics echter nergens ondergebracht. De marketing deed zo af en toe zijn ding, terwijl de webmasters in een andere kamer hun eigen ding deden.

Kortom, in deze fase had webanalytics nog geen echte plek.

Fase 2: Webanalytics door IT

In de meeste organisaties zijn het toch de IT-ers die een stuwende kracht zijn achter het meten van webverkeer. Op IT zitten immers de mensen die niet bang zijn voor cijfers en nieuwe programma’s. Ilse Bakx vertelde hoe Webanalytics bij Essent is ingedeeld: als onderdeel van de centrale IT-afdeling. Bij Essent is alle Webanalytics expertise ondergebracht in de afdeling Headquarters Online, welke alle online activiteiten voor Essent Online regelt. Bij Essent moeten de diverse Business Units (BU) hun “inkopen” doen bij deze centrale winkel.

Dit heeft natuurlijk als voordeel dat alle expertise bij elkaar zit, waardoor niet steeds het digitale wiel opnieuw uitgevonden hoeft te worden. Het nadeel zit hem echter, wat mij betreft, in de teruggelopen flexibiliteit voor de BU’s.

Fase 3: IT met marketing

De organisatie die weer een stapje ging was ING. Toini Wildenberg vertelde hoe ook bij ING de webanalytics gescheiden is van de marketing. Hiervoor voerde ze een belangrijk argument aan, dat ik niet eerder in deze context hoorde: “Het zou vreemd zijn als mensen zelf de rapportages creeëren van de KPI’s waarop ze beoordeeld worden”. Een gedachte die vanuit de AO/IC gedachte (administratief-organisatorisch/ Internal Control) absoluut doorslaggevend is. Het is niet vreemd dat het juist bij een bank is waar dit argument naar voren komt. Bij een bank is de “controle technische functiescheiding” immers essentieel om fraude (met grote bedragen) te voorkomen. Want als je iemand beloont op cijfers die hij zelf genereert, dan vraag je eigenlijk om problemen.

Ondanks deze duidelijke keuze voor afzondering van de Webanalytics functie werkt de afdeling binnen ING wel sterk samen met de andere afdelingen, met een grote rol voor Marketing.

Een voordeel dat Wildenberg nog naar voren bracht was de flexibiliteit in het experimenteren. Doordat de Webanalytics los staat van de andere afdelingen, kunnen ze testen waar ze zin in hebben. Hierdoor kunnen ze dingen proberen die anders door allerlei afdelingen wordt afgeschoten (een punt dat Ilse Bakx bij Essent aanstipte). Het leuke is: in 2008 had 55% van de experimenten een uitkomst die anders was dan iedereen had verwacht.

Fase 4: business leidt, techniek volgt

Bij Bol.com is de webanalyticsfunctie het meest met de normale bedrijfsprocessen verweven. Niet vreemd natuurlijk, aangezien het bedrijf al vanaf den beginne volledig online werkte. Jorien Brangert vertelde dat bij Bol.com de afdeling marketing eindverantwoordelijke is voor de webanalytics. Wil dit nu zeggen dat marketing alles naar zich toetrekt? Dat niet. Binnen bol.com heeft men een aantal mensen opgeleid om gebruik te maken van het analyticspakket. Sommigen zijn “light users”, andere “heavy users”. Iedereen die iets met het web-proces doet, heeft de functionaliteiten aangeleerd die nodig zijn. De afdelingen kunnen dus hun processen continue laten doorlopen, zonder dat ze afhankelijk zijn van informatie die door een externe afdeling webanalytics moet worden aangeleverd.

Dit betekent ook, dat welhaast de hele organisatie een zeker begrip voor webanalytics heeft, en dus beseft welke betekenis aan bepaalde gegevens gehecht moet worden.

Conclusie

Aangezien ik van oorsprong bedrijfseconoom/marketeer ben, zal het weinig verbazing opwekken dat ik groot voorstander ben van het bol.com systeem. Een systeem waarbij de gehele organisatie kan begrijpen wat er online wordt gedaan. Een systeem ook waar de hele organisatie begrijpt waaróm de dingen online zo worden gedaan.

Anderszijds moet er inderdaad voor gewaakt worden dat mensen hun eigen KPI’s kunnen sturen. Voor KPI-rapportages is het ING-model dan ook aan te bevelen.

Het ideale model is, wat mij betreft, een mix tussen deze twee: een centrale afdeling die de rapportages op KPI’s doet (bijvoorbeeld een webanalist op de afdeling AO/IC) en een brede verspreiding van webanalyse vaardigheden door de gehele organisatie, met enkele webanalysten in een centrale pool voor ondersteuning.

Vind meer artikelen over:

6 reacties

daniel markus | 30 mei 2009 om 09:07

mooie analyse van de verschillen tussen deze 3 organisaties. Goede observaties over rol in de organisatie. Ik deel alleen niet je idee over de evolutie. De volgende fase voor Essent is niet Ing. En wa bij Ing evolueert niet in Bol.com. Wa rijping is bij iedere organisatie afhankelijk van de tradities met data en techniek. Hoe data driven en tech savvy is marketing en wat is de alignment tussen ict en marketing? Dit verschilt enorm per organisatie en daarom kun je niet concluderen dat er een beste manier is. Je kan m.i. hooguit voorkeuren hebben.


Daniel, je hebt helemaal gelijk in je stelling dat de positie van WA voortvloeit uit vele tradities. Maar het is mijn overtuiging dat zodra de techneuten de marketeers vaak lastig vallen met cijfers en rapporten, de marketeers op den duur zullen inzien dat dit best nuttig is allemaal.
En wanneer de marketeers dat inzien, zullen ze er meer over willen weten.

Hierdoor zal marketing vanzelf steeds meer “tech savvy” worden.

Voor ING zou ik verwachten dat de KPI rapportage op een centrale staf blijft, maar dat er op de afdeling marketing op een gegeven moment mensen zullen komen die ZELF willen kunnen analyseren, i.p.v. regelmatige rapportages. Deze zullen proberen te leren hoe ze cijfers kunnen inzetten om hun communicatie te verbeteren. Hierdoor een verschuiving van deeltaken (of ontstaan van nieuwe deeltaken), waardoor de webanalytics gedachte de organisatie instroomt. Je krijgt dan een figuur zoals Bol.com liet zien, met één eindverantwoordelijke en veel gedelegeerde taken.

De reden dat ik voor Essent op den duur een verschuiving richting het ING model zie, is sterk gebaseerd op organisatieontwikkeling. Essent is enkele jaren geleden veranderd van een semi-overheidsinstelling (bureaucratie volgens Mintzberg) naar een private onderneming met bepaalde business units. Het delegatie-gedachtegoed suggereert dat de diverse divisies op den duur hun eigen beslissingen willen kunnen nemen. Wil dit zeggen dat HqO bij Essent haar rol zal verliezen? Nee, maar hij zal wél veranderen. (Even afgezien van de hele kwestie met RWE natuurlijk)

Bij organisatieveranderingen is eigenlijk weinig standaard, behalve dat het weerstand oproept, en dat de verandering over het algemeen een probleem moet oplossen.

Het probleem van centraal werd op het Congres al aangestipt: namelijk dat je zolang moet wachten. Het probleem van ad hoc is ook wel duidelijk (onder meer in jouw presentatie naar voren gebracht). Het probleem van alles gedelegeerd is ook logisch: vele uitvinders met elk hun eigen wiel.

Zo gezien is het logisch om een ideale flow te schetsen:
je begint ad hoc, loopt tegen de ongeorganiseerdheid aan, creeërt wat projectgroepen, loopt tegen afstemmingsproblemen aan. Vervolgens een afdeling, maar die krijgt op den duur het image dat ze aandacht hebben voor alles, behalve net voor “mijn” afdeling, waarna afdelingen invloed zullen gaan willen.

Uiteindelijk zal het bij elke organisatie neerkomen op een taakverdeling tussen IT en marketing, tussen centraal en decentraal.

De route daarheen zal uiteraard verschillen, de uiteindelijke precieze invulling zal ook verschillen, dat is uiteraard waar. Maar als we over 10 jaar de managementboeken doornemen, zal er een Webanalytics-Mintzberg zijn opgestaan die een model heeft geschetst. Misschien wel iets met vijf fasen, met daartussen steeds een “kloof” ;)

daniel markus | 30 mei 2009 om 19:25

Hi Jeroen, je lijkt me een interessant persoon om eens een biertje mee te drinken. Volgens mij hebben we genoeg om over te praten.

Daarom wil ik je graag attenderen op een aankomend evenement 18 juni van de Nima. Hier komen veel Nl organisaties presenteren over hun dagelijkse praktijk van online marketing. Zelf modereer 4 cases over Wa. En na iedere case kun je 30 min in discussie met de presentator. Ik hoop dat je aanwezig wilt zijn en na afloop een biertje van me drinkt.
Kijk even op http://www.nimacongres.nl voor de details.


Hallo Daniel,

klinkt interessant. Zal eens kijken of ik daar bij kan zijn. Zie er ook nog wel een leuk artikel voor deze website in.


Jeroen, dikke complimenten voor je samenvatting en aanvullende commentaar. Ik heb dit me veel plezier gelezen. De 3 verschillende organisatievormen waren overigens expres zo uitgenodigd. Ik heb je artikel geupdated met de presentaties zoals ze zijn gehouden. 10 minuten per sessie bleek ijdele hoop, maar volgens mij is het er toch nog in 45 minuten totaal langs gekomen.

Betreffende het toekomstige organisatie model. Hoe kijk je tegen de KPI rapportage vanuit BI of een controlerend ondersteund orgaan. Het halen van inzichten (waar te verbeteren uit de data door marktonderzoek (kwalitatief) en MI (kwantitatief). Hier werkt ook de webanalist. De targets liggen bij de online sales (of service) afdeling die bestaat uit managers ondersteund door conversiespecialisten die continue bij leren over de online dialoog met de klant (en worden gevoed vanuit BI / MI). De kosten van webanalytics en convesie sofwtare liggen bij online sales. De product / groep manager initieert verbeteringen met ondersteuning van webredactie, interactie ontwerpers, ontwikkelaars en marketeers. De laatste groep wodt afgerekend op de hoeveelheid prospects en heeft budget voor media en productontwikkelingen (eventueel in 2 functies). Waar loop je in deze opzet tegen aan?


Hallo Ton,
dank voor de complimenten, en die presentaties: goede toevoeging.

Wat betreft de KPI rapportage door een controlerend orgaan: helemaal voor. Dat is ook waarom ik denk dat het ING model voor dit onderdeel ideaal is.

In mijn visie moet webanalytics dezelfde route volgen als de marketinggedachte ooit gedaan heeft. Van non-existent tot geconcentreerd in een afdeling (zoals nu) en vervolgens naar omnipotent. Webanalytics dient overal in de organisatie te liggen, zo gedecentraliseerd als mogelijk.
Dus ja: de controle op KPI’s door een onafhankelijke instantie, maar de diverse functionele taken en bevoegdheden (en budgetten) bij de afdelingen waar het het meest thuishoort. Marketing moet dus inzicht krijgen in de conversies, en in staat zijn om dit on-the-spot op te vragen. IT moet natuurlijk altijd inzicht houden in de technische prestaties van de sites etc.

Kortom: een beeld dat sterk overeenkomt met het jouwe.

De weg daarheen zal er een zijn met obstakels, waarschijnlijk vooral in de vorm van mensen die weerstand bieden. Weerstand tegen het feit dat ze hun centrale (machts)positie zullen moeten gaan delen met mensen die er (nog) geen verstand van hebben: de marketingmensen.

Plaats een reactie | Houd u op de hoogte van reacties via e-mail

* Verplicht in te vullen

Houd mij op de hoogte van nieuwe reacties. Of abonneer jezelf op deze discussie zonder te reageren.

Door:

Een amateur met wat websites. Zonder enige kennis van zaken ben ik ooit begonnen met html en wat geleende javascriptjes. Al doende leer ik hier en daar wat bij, en knutsel ik in mijn vrije tijd wat leuks in elkaar. Ik ben onder meer bezi...

Nieuwsbrief

Voortdurend op de hoogte van het laatste analytics en optimalisaties nieuws met onze nieuwsbrief!

Gebruik je al kefta?

Lees meer over keftaAangeboden door AboutAnalytics