De zin en onzin van de Bounce Rate

Lees meer over Bounce rate en wat je er aan kunt doen in het nieuwe artikel van Frans Jan Boon: Een hoge bounce rate. En nu?

De bounce-rate. Eén van de belangrijkste stuurmechanismen van online performance. Maar ook een metric waar nog veel onduidelijkheid rondom de interpretatie ervan hangt. Niet zelden worden er dan ook heel verkeerde conclusies getrokken over bijvoorbeeld landingspagina performance. Ik ga trachten wat meer duidelijkheid te scheppen over dit fenomeen en neem hierbij de registratie in Google Analytics als uitgangspunt.

Een bounce-rate zegt niks over tijd op de pagina.

Om maar meteen het allergrootste misverstand uit de wereld te helpen; een bounce-rate zegt helemaal niks over de tijd die een bezoeker doorbrengt op de pagina. Als ik vraag naar de betekenis van een ‘bouncer’ dan krijg ik in de meeste gevallen terug: “Iemand die direct de site weer verlaat.” Maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Indien een bezoeker slechts 1 pagina bekijkt en dus ‘bounced’ doet Google Analytics geen tijdregistratie en kwalificeert het bezoek als een 0 seconden bezoek. Terwijl dit werkelijk misschien wel 15 minuten is geweest.

Google Analytics biedt tegenwoordig overigens wel een vrij eenvoudige mogelijkheid om ook de factor ‘tijd’ mee te nemen in een bounce-rate. Via het tracking script kun je aangeven dat iemand die langer dan bijvoorbeeld 15 seconden naar de pagina kijkt niet als ‘bounce’ moet worden geregistreerd. Een dergelijke aanpassing kan je veel meer inzicht verschaffen in de groep bezoekers die daadwerkelijk direct de pagina verlaat (in onderstaand voorbeeld binnen 15 seconden).

Lange landingspagina’s

Voor extra inzichten in lange landingspagina’s, die tegenwoordig steeds vaker ingezet worden, kun je ook gebruik maken van zogenaamde ‘scroll events’. Bouw op diverse plekken in de landingspagina elementen in die registreren dat bezoekers gedeeltes van de pagina heeft bekeken (combineer dit met bijvoorbeeld minimaal 5 seconden kijken naar een element om ook de snelle ‘op-en-neer-scrollers’ eruit te filteren). Door deze extra meetpunten te creëren op je pagina krijg je niet alleen een veel beter beeld over het gebruik van de pagina, het zorgt ook voor een zuiverdere bounce-rate registratie. Je onderscheidt op deze manier namelijk de gebruikers die niks doen en snel de site verlaten van de bezoekers die wel de content bekijken. Justin Cutroni, Analytics Advocate van Google heeft hier twee goede artikelen over geschreven. Inclusief codevoorbeelden.

> Advanced Content Tracking with Google Analytics: Part 1
> Advanced Content Tracking with Google Analytics: Part 2

De komst van nieuwe HTML 5 en Ajax technieken gooien ook met regelmaat roet in het eten. Dit betekent namelijk dat er binnen één en dezelfde pagina veel acties plaatsvinden zonder dat de fysieke URL van de pagina wijzigt. Na het verlaten van de site zonder een andere URL gezien te hebben zal Google Analytics zonder extra code aanvullingen deze bezoekers allemaal als ‘bouncers’ bestempelen. Ook hier extra meetpunten inbouwen dus. Denk ook aan externe links en PDF downloads. Bezoekers verlaten na 1 pagina de website en zijn daarmee gebounced. Behalve als je deze elementen kenmerkt middels de ‘event tracking’ in Analytics.

Wat is een goede ‘gemiddelde’ bounce-rate?

Bovenstaande vraag wordt mij ook veel gesteld. Het antwoord: Geen idee! Om te beginnen kun je helemaal niks met de gemiddelde bounce-rate voor je website. Een bounce-rate moet je echt op pagina niveau beoordelen. Op een homepage wil je dat bezoekers doorklikken, dieper de website in. Een categoriepagina van een webshop is idealiter een plek waar bezoekers kiezen voor één van je producten en dus doorklikken. Als je hier hoge bouncepercentages ziet dan is dat een reden voor verder onderzoek en optimalisatie. Op detailpagina’s en uitgebreide informatiepagina’s waar bezoekers via een zoekopdracht landen en met een volle ‘informatiebuik’ de site verlaten is een hoge bounce-rate veel minder erg. Kissmetrics heeft een mooie infographic gemaakt over het fenomeen bounce-rate. Inclusief benchmarks.

Weet waarover je rapporteert!

De bounce-rate is vaak een belangrijke meetwaarde om de online performance in kaart te brengen en wordt gebruikt als startpunt voor optimalisatie. Maar gebruik deze dan wel goed. De interpretatie van de bounce-rate is erg afhankelijk van de herkomst van je bezoeker, inrichting van de website en implementatie van je webanalyticstool. Zorg dat je weet waarover je rapporteert!!

Reacties (5)

  1. Goed en belangrijk artikel Egan. Ik krijg ook regelmatig van collega’s opmerkingen over bouncepercentages boven de 50%

    Ik vind bouncepercentages puur een metric en meer ook niet. Ik vind de gedrags rapporten in Google Analytics veel meer inzichten geven, waar je de pagina diepte/% bezoeken langer dan 1 minuut en het % terugkerende bezoeken kunt bekijken!

  2. Hi Egan,

    Goed om weer aandacht op de bounce rate te vestigen; er zijn idd veel misverstanden hierover.

    Ter aanvulling: Belangrijk is om nog te vermelden is dat het gebruik van events de meting van je bounce rates kan beinvloeden. Standaard wordt een bezoek met een event niet geclasissificeerd als een bounce in Google Analtyics.

    In het script dat je gebruikt wordt het bezoek van iemand die langer dan 15 seconden op de pagina doorbrengt dus niet geteld als een bounce. Daar is wat voor te zeggen, omdat de bezoeker het kennelijk de moeite waard vond meer van de pagina te bekijken ipv meteen weg te gaan. Nadeel is dat de historische vergelijking van de bounce rate lastiger wordt.

    Als je niet wilt dat het event de bounce rate beinvloedt, kun je aangeven dat het een ‘non-interaction’ event is. De code kan er dan zo uit zien:

    _gaq.push([‘_trackEvent’, ’15 seconds’, ‘read’, ‘artikel’, 1, true]);

    Waarbij true aangeeft dat je het een non-interaction event betreft.

    • Dank je wel voor deze aanvulling Frank.

      In dit artikel willen we juist dat het invloed heeft op de bounce-rate. Maar als je dat niet wil dan moet je inderdaad gebruik maken van een non-interaction event.

      Dit geldt overigens ook als je niet wil dat de scroll events, video play etc. de bounce-rate beinvloeden.

  3. Een erg interessant artikel. Ik was niet op de hoogte dat je de time out kon instellen om de bounce rate aan te passen. Dit ga ik zeker toepassen.
    Ik heb in het verleden de bounce rate standaard in rapportages gehad. Als je deze over lange tijd neemt dan is het wel handig om snel te zien of er iets is waar direct actie op genomen moet worden.
    Wat we toen af en toe zagen was dat er een promotie uitging die waardeloos was ingezet op de landingpage. Dan had je een gemiddelde bouncerate van 60%, maar op de dag van die promotie een bouncerate van 65%. Dat link je gelijk aan de promotie en dan kon je de landingpage nog eens goed onder de loep nemen.
    Uiteindelijk hebben we de processen aangepast waardoor dit niet meer nodig was.
    Daarnaast raakte het management van al die cijfers in de war. 😉

  4. Egan,

    Goed artikel dat wat mij betreft inhoudelijk ingaat op één van de belangrijkste meetfactoren binnen je website. Eén aanvullend vraagje hierbij: als een bezoeker vanuit bijv. een mailing alleen de bijbehorende nieuwspagina op je site leest en vervolgens je site verlaat, wordt deze logischerwijs aangemerkt als bounce, met een bezoektijd van 0 seconden. Worden die 0 seconden ook doorgemeten in de gemiddelde time-on-site van je pagina? Dat is me niet helemaal duidelijk.

Reacties zijn gesloten.